Naar de navigatie

Weet wat er leeg staat

Hoe groot is het probleem, waar manifesteert de leegstand zich vooral en hoe ontwikkelt deze zich? Zicht op de omvang en aard van de leegstand levert sturingsinformatie op die van belang is voor her formuleren en de uitvoering van beleid. Op dit moment proberen gemeenten op verschillende manieren zicht te krijgen op de omvang van het probleem.

Datakoppeling
Een aantal gemeenten probeert de leegstand in beeld te brengen door databestanden te koppelen. Het gaat daarbij onder meer om de Basisadministratie Adressen en Gebouwen (BAG), de Gemeentelijke Basisadministratie (GBA) en de Basisregistratie Waarde onroerende zaken (BR WOZ). De data van de Kamer van Koophandel biedt weer andere inzichten. De gemeente Maastricht bijvoorbeeld heeft ervaring opgedaan met deze werkwijze. Maastricht heeft een groep ruimdenkende verkenners van de eigen organisatie en daarbuiten gevraagd te onderzoeken hoe de gemeente om kan gaan met de groeiende leegstand. In dit Maastricht Lab is een experiment uitgevoerd met datakoppeling om zo stadsbreed de functiemigratie en leegstand in beeld te brengen. Ook Amsterdam kent een discussiekaart over leegstand en voor andere steden zoals Breda, Heerlen en Lelystad zijn leegstandkaarten gemaakt door bijvoorbeeld architectuurcentra of betrokken professionals. Ook de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed onderzoekt of ze met datakoppeling beter zicht kan krijgen op de leegstand van monumenten.

Meldpunt Leegstand
Gemeenten kunnen er ook voor kiezen om een (digitaal) meldpunt in te richten waar betrokken burgers leegstand kunnen melden. Op die manier wordt in ieder geval de als meest storend ervaren leegstand opgespoord. Soms wordt een dergelijk initiatief ook door burgers zelf genomen, zoals het Amsterdamse Nieuw leven voor oude gebouwen. Specifiek voor monumenten bestaan er ook op provinciaal of regionaal niveau meldpunten, zoals in de noordelijke provincies en in Gelderland.