Naar de navigatie

Waarden en betekenis

Bij het maken van afwegingen om interieurs te restaureren, hergebruiken en herbestemmen is het belangrijk om VOORAF de waarden en betekenis daarvan te bepalen. Waarden kunnen niet zonder meer worden bepaald, maar vereisen een kader waarbinnen dat gebeurt, zeg maar de meetlat waarmee wordt gemeten. Het komt neer op het scoren van een aantal tevoren bedachte meetpunten. Soms wordt gesproken over intrinsieke waarden, maar trap hier niet in: Intrinsieke waarden bestaan niet, waarden worden altijd toegekend. De voornaamste oorzaak van het verlies van cultuurhistorische waarden is niet onwil maar onwetendheid (SHNI, 2011). In de nieuwsbrief van de Stichting Het Nederlandse Interieur wordt er onder andere aandacht besteed aan hoe belangrijk het is om eigenaren goed in te lichten over de waarden die in het interieur verscholen (kunnen) liggen. Er komen gevallen voor waar de waarden en betekenis van interieurs niet expliciet worden bepaald, maar waarover gaandeweg allerlei gedachten worden gevormd en beslissingen worden genomen. Het heeft veel meerwaarde om aan het begin van een herbestemmingsproject de waarde van een gebouw en haar interieur in beeld te krijgen. Een bouwhistorisch onderzoek (in: ‘Richtlijnen Bouwhistorisch onderzoek’) bestaat uit een analyse van de bouw- en gebruiksgeschiedenis en een waardestelling. Dit onderzoek is de uitgelezen manier om een verantwoorde keuze te kunnen maken bij het veranderen of het beheren van een gebouw, complex van gebouwen of een gebied. Specifiek om de bewustwording van de culturele waarde van het interieur te stimuleren heeft de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed het ‘Hulpmiddel waardering historische interieurs’ (2011 (zie Kennisdocumenten)) gepubliceerd. Dat de dagelijkse praktijk en dit waarderingsproces niet hand in hand met elkaar gaan is zonneklaar (Koldeweij, 2011). Interieurhistoricus Barbara Laan zegt dat de monumentale waarden van het interieur gelegen kunnen zijn in de cultuurhistorische aspecten (maakt het interieur zichtbaar hoe men in het verleden heeft gewoond/ gebruikt) en/of gaat het om architectuur- en kunsthistorische elementen (maakt het interieur de ontwikkeling van de architectuur of de kwaliteit van de kunstambachten zichtbaar) (2001). Laan benadrukt in het hoofdstuk dat er “oneindig veel mogelijkheden zijn om oude binnenruimten te ‘lezen’, te interpreteren en op de juiste waarde te schatten.” (2001). De Stichting Het Nederlandse Interieur tracht ervoor te zorgen dat de aandacht voor het interieur van blijvende aard is, niet alleen bij de deskundigen, maar vooral ook bij eigenaars en liefhebbers (SHNI, 2011). Het is van belang dat een ieder, niet alleen de stichting, de eigenaren en liefhebbers blijft uitnodigen om samen met de deskundigen de monumentale waarden van het interieur te bepalen en waar van belang deze zo goed mogelijk in stand te houden.

Bronnen

  • Laan, B. (2001) De poëzie van de Nederlandse binnenruimte. In: F. van Burkom, K. Gaillard, E. Koldeweij et al (2001) Leven in toen. Vier eeuwen Nederlands interieur in beeld. Amsterdam - Zwolle: Stichting Manifestatie Historisch Interieur 2001 - Waanders Uitgevers: p. 13-19.
BijlageGrootte
Hendriks, L. & Hoeve, J. van der (2009) Richtlijnen bouwhistorisch onderzoek. Lezen en analyseren van cultuurhistorisch erfgoed. Den Haag: RCE, SBN, VNG, Atelier Rijksbouwmeester & Rijksgebouwendienst.2.55 MB
Koldeweij, E. (2011) Interieurwaardering, in: Gemeente Amsterdam (2011) Restauratietechniek, p: 181-188.1.2 MB
SHNI (2011) SHNI Nieuwsbrief 28, gepubliceerd april 2011.990.4 KB