Naar de navigatie

Waarom historische interieurs?

Interieurs kunnen kraak en smaak geven aan een herbestemming en kunnen een belangrijke bijdrage geven aan de identiteit van een gebouw. Bijvoorbeeld speciaal ontworpen kunstwerken, zij vertellen het verhaal van het herbestemde gebouw. Het gebeurt echter ook dat bij een herbestemming een interieur uit een gebouw wordt gesloopt of grootschalig wordt aangepast. Het verhaal van bijvoorbeeld de voormalige fabriek kan door dergelijke aanpassingen worden vervaagd. Het interieur wordt in zo een geval geheel getransformeerd en opnieuw ontworpen voor het beoogde nieuwe gebruik. Door vanuit ‘wat er is’ na te denken over ‘wat er kan’ is er een rol voor het erfgoed in het herbestemde pand.

Het interieur is dus een wezenlijk onderdeel van een gebouw, het vertelt het verhaal van het gebouw. Bij een interieur gaat het om de binnenzijde van een gebouw en kan zowel onroerende als roerende zaken omvatten. Met het interieur wordt bedoeld:

De binnenzijde van de gebouwen met inbegrip van al zijn elementen: het samenstel van een of meer ruimten (structuur, onderlinge relatie en de ruimtelijke verhoudingen) met de afwerking daarvan (wanden, vloeren, plafonds) en de bijbehorende bestandsdelen als deuren, schouwpartijen, installaties, ingebouwd meubilair et cetera. Ook de inrichting van de vele vertrekken met roerende zaken, ofwel de losse objecten (stoffering, meubilering en inrichting), valt onder het begrip interieur.” (Koldeweij, 2011: 182) 

Hierdoor vertellen historische interieurs veel over de opdrachtgevers, de architecten en de gebruikers van gebouwen. De opdrachtgever koos vaak de architect en bepaalde met hem wat zijn wensen waren. Interieurs verschaffen daarnaast veel informatie over de vooruitgang van techniek, maatschappelijke inzichten, veranderende stijlen en specifieke modes. Het interieur is hierdoor een rijke bron van kennis en informatie, maar ook van inspiratie. Inspiratie voor de initiatiefnemers in een herbestemmingsproces.

In bijzondere situaties heeft een architect destijds niet alleen het exterieur en de ruimtelijke indeling en afwerking ontworpen, maar ook het bij het interieur behorend meubilair, soms tot in de kleinste details (stoelen, bureaus, lampen, boekensteunen, gordijnen, prullenbakken, puntenslijpers, etc.). In deze uitzonderingsgevallen is er sprake van een ‘Gesamtkunstwerk’. Het vinden van een passende invulling voor een dergelijk ‘Gesamtkunstwerk’ is, net als bij interieurs met bijzondere interieurafwerkingen, vaak niet eenvoudig. Het startpunt van de ideeënontwikkeling in het herbestemmingsproces moet in deze bijzondere situaties zeker zijn; vanuit ‘wat er is’ nadenken over ‘wat er kan’. Een in dit opzicht geslaagd project geeft grote voldoening en erkenning omdat een waardevol gebouw niet alleen een goede bestemming krijgt maar ook de maatschappelijke betekenis en sociale gehechtheid optimaal zichtbaar en voelbaar blijft.

In het deel ‘Praktijk’ zijn de verschillende benaderingen van interieurs bij een herbestemmingsprocessen bij elkaar gebracht.

Bronnen

BijlageGrootte
Koldeweij, E. (2011) Interieurwaardering, in: Gemeente Amsterdam (2011) Restauratietechniek, p: 181-188.1.2 MB