Naar de navigatie

Multifunctioneel gebruik

Kerkenraden en kerkbesturen openen steeds vaker de kerkdeuren voor andere gebruikers. Zij verkrijgen daarmee extra inkomsten voor onderhoud van het kerkgebouw. Daardoor kan de geloofsgemeenschap er blijven kerken. Omgekeerd draagt de 'maatschappij' door het medegebruik een steentje bij aan de instandhouding van het kerkgebouw. Hierdoor kunnen burgers er van blijven genieten. Het win-win-principe is helder. Toch vraagt multifunctioneel gebruik om een doordachte aanpak.

Medegebruik - functioneel scheiden
Multifunctioneel gebruik kan vele vormen aannemen. Het begint bij medegebruik door verhuur van het gebouw. Vaak vraagt dat al wel om aanpassing van de faciliteiten, zoals een garderobe, keuken en toiletten. Neemt het medegebruik grotere vormen aan, ook qua inkomsten, dan zijn soms ook andere aanpassingen nodig en mogelijk. Zoals een draaibaar koorhek, het vervangen van de vaste banken door losse stoelen, het plaatsen van een tochtportaal, moderne verwarmingstechnieken, aanvullende verlichting, etc. Niet alleen fysiek zijn dan aanpassingen nodig. Er zal ook een 'verhuurkantoor' moeten worden ingericht. Nog een stap verder is het daadwerkelijk functioneel scheiden van de functies. Een deel van de kerk wordt dan afgescheiden voor de kerk en de rest wordt ingenomen door een nieuwe functie, zoals wonen of welzijn. In feite is er dan sprake van een gedeeltelijke herbestemming van de kerk.

Organisatievorm
Ook de manier waarop het multifunctioneel gebruik wordt georganiseerd is divers. Een lichte vorm is bijvoorbeeld de oprichting van een zelfstandige stichting 'de vrienden van'. Deze stichting zet zich in voor fondsenwerving voor het onderhoud. Daarvoor kan ze het kerkgebouw gebruiken in overleg met de kerkbeheerder. De geloofsgemeenschap en de andere gebruikers kunnen ook samen een stichting oprichten die de exploitatie van het gebouw regelt. Zo’n stichting krijgt vrijheid van handelen binnen vooraf afgesproken kaders. Nog weer een stap verder is dat de geloofsgemeenschap naast het beheer ook het eigendom van het gebouw overdraagt aan de gezamenlijke stichting of een externe organisatie. Denk bij dit laatste aan gespecialiseerde beheerstichtingen die meerdere kerkgebouwen in eigendom hebben, zoals de provinciale stichtingen voor behoud van oude kerken, stadsherstellen en monumentenfondsen. De geloofsgemeenschap wordt dan huurder en is niet langer zelf de gebouwbeheerder. Er kan ook sprake zijn van gedeeld eigendom met een vereniging van eigenaren.

Randvoorwaarden
Welke ruimtelijke en organisatorische vorm wordt gekozen hangt af van een aantal keuzes en omstandigheden.

  • Welke andere functies vindt men gepast? Dit is een afweging die vooral de geloofsgemeenschap moet maken. Zij kan bijvoorbeeld op zoek gaan naar activiteiten die passen bij de eigen identiteit van de gemeenschap. Zoals activiteiten om medemensen te ondersteunen, kennisoverdracht voor verrijking van het geestelijk leven, medegebruik door andere kerkgenootschappen, etc. Een andere invalshoek is het kerkgebouw te beschouwen als middelpunt van een wijk of regio. Door medegebruik krijgt de kerk een bredere plaats in de samenleving. Dan gaat het bijvoorbeeld om gebruik door buurtverenigingen, gebruik voor niet-kerkelijke vieringen, de vestiging van een gemeentelijk loket, de bibliotheek, etc. Vaker wordt de afweging echter vooral vanuit het gevoel gemaakt. De geloofsgemeenschap heeft meestal een duidelijk beeld van de functies die ze niet wil.
    Wat de geloofsgemeenschap of de samenleving uiteindelijk 'passend' vindt is cultureel bepaald en tijdgebonden. Protestanten hebben hierover meestal een ruimere opvatting dan katholieken. En pas in de 19e eeuw werd de kerk gebouwd voor alleen een religieuze functie. Daarvoor was nevengebruik heel gewoon.
  • Welke functies passen en mogen binnen de randvoorwaarden? Denk hierbij aan bescherming van monumentale waarden, beperkte daglichttoetreding en andere bouwkundige zaken, overlast voor de buurt en andere zaken die te maken hebben met de ligging, mogelijkheden binnen het bestemmingsplan, het horecabeleid en gebruiksbepalingen van de brandweer. Treed daarom tijdig in overleg met de buurt, gemeente en brandweer om verrassingen achteraf te voorkomen.
    Vaak zijn functies die het dichtst bij het oorspronkelijke gebruik liggen het makkelijkst in te passen. Zowel ruimtelijk als qua regelgeving. Vooral culturele functies komen daarom veel voor als medegebruiker. Zoals exposities en concerten. Maar ook conferenties en productpresentaties kunnen vaak goed in een kerkzaal plaatsvinden. Sommige kerkgebouwen zijn bijzonder rijk gedecoreerd en kennen nog een authentiek interieur, of een bijzondere akoestiek. Dit legt beperkingen op aan het medegebruik, maar is aan de andere kant ook de aantrekkingskracht voor bijzondere functies en activiteiten, bijvoorbeeld in de culturele en toeristisch, recreatieve sfeer. Andere gebouwen kennen meer gebruiksmogelijkheden, bijvoorbeeld door de aanwezigheid van verschillende ruimtes die los van elkaar kunnen worden verhuurd.
  • Welke functies leveren voldoende op? Ook hier geldt dat functies die dicht tegen het oorspronkelijk gebruik liggen financieel aantrekkelijk zijn. Hiervoor hoeven immers minder aanpassingen en dus investeringen te worden gedaan. Als er wel aanzienlijke investeringen nodig zijn, is het verstandig om te onderzoeken of er meerjarige garanties op het gebruik gegeven kunnen worden. Bij gesubsidieerde instellingen is van belang om te weten of de betreffende instelling ook in de toekomst subsidie blijft ontvangen. Een ander aspect dat hier van belang is, is de vrijstelling van kerken voor lokale belastingen als OZB en waterschapslasten. Deze vrijstelling vervalt als de kerk niet langer voor meer dan 70% van de inhoud (m3) in gebruik is voor kerkdiensten en openbare bezinningsbijeenkomsten van levensbeschouwelijke aard.

Financiering

  • Kerken nevenfunctie-lening. Eigenaren van rijksmonumenten kunnen bij het Nationaal Restauratiefonds een laagrentende lening aanvragen voor de financiering van de werkzaamheden die nodig zijn om nevenfuncties mogelijk te maken.
  • Fondsen. In een enkel geval steunen fondsen de verbouwing van kerkgebouwen, vaker richt de financiële bijdrage zich op het realiseren van sociaal-maatschappelijke of culturele activiteiten. Kijk goed wat de kernwaarden van het fonds zijn en welk deel van de plannen daarmee gefinancierd zou kunnen worden. Te denken valt aan het Bouwfonds Cultuurfonds, Triodos Cultuurfonds, VSB-fonds, Oranjefonds, Maatschappij van Welstand, Rabo dichtbijfonds, Dinamo Fonds, ANWB Fonds, e.a.
  • Crowd funding. Dit is een nieuwe term voor een fenomeen dat in de kerk al heel oud is, namelijk de collecte voor de kerk. Het principe is hetzelfde: veel kleine bijdragen vormen samen een groot bedrag. Alleen het medium is anders. Tegenwoordig zijn er verschillende websites waarop een crowdfundingactie opgezet kan worden. Als het gaat om behoud van het kerkgebouw door nevenfuncties is vaak ook de niet-kerkelijke gemeenschap bereid om bij te dragen.

Bronnen
Binnen verenigingen van kerkbeheerders is veel informatie en kennis aanwezig. In Nederland kennen we de Vereniging Beheerders Monumentale Kerkgebouwen (VBMK) en de Vereniging voor Kerkrentmeesterlijk Beheer. De VBMK heeft een handboek samengesteld voor multifunctioneel gebruik, het Handboek Behoud en Beheer van Kerkgebouwen. In dit handboek staat buitengewoon praktische informatie over het opzetten van een stichting, het inrichten van een verhuuradministratie, het programmeren van activiteiten, het profileren van het gebouw en evenementen, over de wetten en regels die bij medegebruik om de hoek komen kijken, en andere zaken.
In het boek Meer dan Hout en steen; handboek voor sluiting en herbestemming van kerkgebouwen wordt ook aandacht besteedt aan multifunctioneel gebruik. Mede-auteur Door Jelsma geeft in haar artikel 'Van traditioneel gebruik tot herbestemming' een beeld van actuele inzichten, geïllustreerd met pakkende voorbeelden.  

BijlageGrootte
Van traditioneel gebruik tot herbestemming (Door Jelsma).pdf640.99 KB