Naar de navigatie

Precieze regels geluidszones

Industrielawaai
Binnen een industriezone is de maximum toelaatbare geluidbelasting vastgesteld op 50dB (A). Er kan een hogere waarde worden vastgesteld met dien verstande dat deze waarde voor geplande woningen niet de 55 dB(A) te boven gaat en voor de aanwezige en in aanbouw zijnde woningen 60 dB(A) de bovengrens is. Buiten de zone mag de geluidbelasting vanwege het industrieterrein niet boven de 50dB(A) uitkomen.

Wegverkeerslawaai
Een weg heeft een zone die zich uitstrekt vanaf de as van de weg tot de volgende breedte aan weerszijden van de weg. Deze zone verschilt per het aantal rijbanen en of de weg binnen of buiten een stedelijk gebied ligt. In Tabel 1 is te zien hoe groot deze zones zijn.

Tabel 1: Zonegrootte wegverkeerslawaai

Aantal rijbanenBinnen stedelijk gebiedBuiten stedelijk gebied
1 of 2200 meter250 meter
3 of 4350 meter400 meter
5 of meer350 meter600 meter

De zones gelden niet voor wegen binnen woonerven en op wegen waar een maximumsnelheid geld van 30 kilometer per uur. De afstanden worden aan weerszijden van de weg gemeten, vanaf de buitenste begrenzing van de buitenste rijstrook. Voor woningen binnen een zone bestaat een maximum toelaatbare geluidbelasting van de gevel van 48 dB. Er kan echter een hogere waarde worden vastgesteld. Voor woningen buiten een stedelijk gebied gaat het om 53 dB en voor woningen binnen het stedelijk gebied gaat het om 63 dB.

Spoorweglawaai
De zones die voor spoorweglawaai gelden worden niet behandeld in de Wet geluidhinder maar in het besluit geluidhinder. Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen een spoorweg die is aangegeven op de geluidplafondkaart en een spoorweg die is aangegeven op de zonekaart. De spoorwegen die zijn aangegeven op de geluidplafondkaart zijn de hoofdspoorwegen, terwijl de spoorwegen die zijn aangegeven op de zonekaart over het algemeen kleinere spoorwegen, zoals metro en tramlijnen, zijn.

De spoorwegen die vallen onder de geluidplafondkaart maken gebruik van de plafondsystematiek. Dit houdt in dat er aan weerszijden van de spoorwegen een keten van referentiepunten ligt waarop geluidproductieplafonds zijn vastgesteld. Op dat punt mag de geluidproductie vanwege een spoorweg niet hoger zijn dan het vastgestelde geluidproductieplafond. In tabel 2 staat de breedte van de zone aangegeven bij de spoorwegen die zijn aangegeven op de geluidplafondkaart.

Een spoorweg die is aangegeven op de geluidplafondkaart heeft een zone die zich uitstrekt vanaf de as van de spoorweg tot de breedte naast de spoorweg, gemeten vanuit de buitenste spoorstaaf, als aangegeven in onderstaande tabel, afhankelijk van de hoogte van het geluidproductieplafond op het betrokken referentiepunt. Zoals af te lezen is in tabel 2 zit er een groot verschil in de grootte van de zones, uiteenlopend van 100-1200 meter, afhankelijk van de geluidproductie van de spoorweg.

Op de zonekaart is per spoortraject aangegeven hoe breed de zone van spoorwegen is. Dit varieert tussen de 25 en de 100 meter, afhankelijk van het spoortraject. De precieze grootte van de zone is hier terug te vinden.

Tabel 2: Zonegrootte geluidplafond

Hoogte geluidproductieplafondBreedte zone (in meters)
< 56 dB100
≥ 56 dB en < 61 dB200
≥ 61 dB en < 66 dB300
≥ 66 dB en < 71 dB600
≥ 71 dB en < 74 dB900
≥ 74 dB1200