Naar de navigatie

De Bazel, Amsterdam

Het voormalige bankgebouw van architect K.P.C. de Bazel aan de Vijzelstraat in Amsterdam is geschikt gemaakt voor een publieke functie. Het Stadsarchief is een openbare instelling, terwijl een bank bijna het tegendeel is. De ruimtelijkheid van het rijksmonument is door de herbestemmingsarchitecten hersteld en de relatie met de straat werd aangepakt. Het project kenmerkt zich door precisie in restauratie én radicale toevoegingen.

Opgave

De Bazel, het voormalige hoofdkantoor van de Nederlandsche Handel Maatschappij (NHM), behoort tot de top van de Nederlandse architectuur van de 20e eeuw. Het oude bankgebouw is tot en met de interieurs en meubels door K.P.C. de Bazel als eenheid ontworpen, een zogenoemd 'Gesamtkunstwerk'. In maart 1991 kreeg het gebouw de status van officieel rijksmonument.

De voorlaatste gebruiker van De Bazel, de ABN AMRO-bank, hield het gebouw in gebruik tot december 2001 en vertrok toen naar de Zuidas. Vervolgens kocht de gemeente het pand voor een kleine € 30 miljoen om er een publieksfunctie aan te geven.

Aanpak

Enkele jaren heeft de gemeente Amsterdam in haar maag gezeten met het gebouw. De Universiteit van Amsterdam, het Rijksmuseum, het Stedelijk Museum en het stadsdeel Centrum kwamen kijken, maar dit resulteerde nog niet in een nieuwe gebruiker. Het Gemeentearchief, tegenwoordig genaamd Stadsarchief, barstte uit zijn voegen op de locatie aan de Amsteldijk en bracht het verlossende woord. Claus en Kaan Architecten verwierf in 2002 de opdracht waarbij het herstel van de ruimtelijkheid van het gebouw centraal stond. Samen met restauratiearchitect Maarten Fritz hebben zij de herbestemming ontworpen. De architecten hebben de publieke functie ingebed in het introverte karakter van de voormalige bank.

Ontwerp

Hoofdvorm & interieur

De oorspronkelijke gevel van het bankgebouw is hermetisch en solide opgezet met dichte plinten, blinde nissen en een rijk gedecoreerde voorgevel. Binnen heeft het gebouw oorspronkelijk al een heel ander, licht en strak karakter. De nieuwe gebruiker wil juist publieksgericht en zichtbaar zijn. De architecten hebben het gebouw publiek gemaakt door transparantie en ruimtelijkheid terug te brengen in het gebouw. De lichthoven zijn in ere hersteld. De relatie met de straat is verbeterd door de blinde nissen open te maken en te veranderen in grote glazen openingen. De 'ogen', zoals de grote glazen openingen genoemd worden, zijn tekenend voor de veranderde functie van het bouwwerk: van een gesloten bankgebouw naar een open publieksgebouw.

De plattegrond van het tien lagen hoge rijksmonument is opgebouwd rondom twee glasoverdekte lichthoven en is gebaseerd op een stramien van een rechthoek van 3,60 bij 3,20 meter. Deze maten zijn ontleend aan de bij de bank gebruikelijke meervoudige lessenaars, waaraan het lagere personeel staande zijn werk deed. De Bazel bestond oorspronkelijk uit drie delen: een centrale hal met representatieve ruimten, daarboven besloten bankvertrekken, en een onderaards kluizencomplex. De driedeling werd geweld aangedaan door een reeks verbouwingen. In de stijlkamers, de directie- en vergadervertrekken op de tweede en derde verdieping, is de vroegere banksfeer goed bewaard. De zalen zijn in oude grandeur teruggebracht en het meubilair van architect De Bazel is nog grotendeels aanwezig. Ook het centrale trappenhuis is in oude glorie hersteld.

Op de tweede verdieping bevindt zich een vergaderkamer die ingericht is in achttiende-eeuwse stijl. De inrichting is afkomstig uit het oude hoofdkantoor van de Nederlandsche Handel-Maatschappij aan de Herengracht. De directeuren stonden erop dat de oude vergaderkamer een plaats kreeg in het ontwerp van De Bazel, ook al paste hij helemaal niet bij de rest van het gebouw. Architect De Bazel tekende bezwaar aan tegen het plan, maar de kamer kwam er toch. Vanaf de Keizersgracht is de achttiende-eeuwse kamer te herkennen: de ramen zijn anders dan die van de rest van het gebouw.

De nieuwe gebruiker, het Stadsarchief, kent net als het oorspronkelijke gebouw een driedeling: een publiek deel, centraal en open; een gesloten deel voor het opslaan en bewerken van de originelen; en een onderaards domein voor de topstukken. De oorspronkelijke ziel kon terug worden gegeven aan De Bazel.

De Bazel was in basis ongeschikt om een goed archiefklimaat te onderhouden, de Nederlandse archiefwetgeving is een van de strengste ter wereld. Om het archief te beschermen tegen fysiek geweld van buiten zijn de depots bijvoorbeeld voorzien van beschermingswanden. Deze beschermingswanden staan op 1,20m afstand van de gevels, waarmee beloopbare gangen zijn gecreëerd rondom de depots.

Programma

Op de bovenste vier verdiepingen zijn de depots van het archief gelegen. De onderste bouwlagen zijn daardoor beschikbaar gebleven voor publieke functies (informatiecentrum, stadsboekwinkel, studiezaal, tentoonstellingsruimte, café), het vergadercentrum en de kantoren. In het voormalige huurkluizencomplex is de Schatkamer van het archief gerealiseerd. De kluizenkelder, die grotendeels in oude situatie hersteld is, heeft zo eigenlijk zijn oude functie teruggekregen. Ook is er een filmzaal gerealiseerd in de kelder.

Isoleren/ energieverbruik

De thermische isolatie is verbeterd door de nieuwe glazen lichtkappen in de atria boven de hal. In de zomer ontwikkelt zich daar veel warmte. Deze warmte wordt gebruikt als bufferzones voor de depots en wordt opgeslagen in de bodem. Aan de Herengracht is op 150 meter diepte een warmte/koude-opslag gerealiseerd. Hierdoor is De Bazel energiezuinig is geworden.

Constructie

Aan het terugwijken van de bovenste verdiepingen, het gebouw lijkt daardoor minder hoog dan het in werkelijkheid is, is de moderne constructie van het pand af te zien. De constructie bestaat uit een betonskelet met geïntegreerde dubbele vloeren op de verdiepingen, ontworpen door A.D.N. van Gendt. De muren zijn weliswaar liefst 75 centimeter dik, maar niet dragend. De Nederlandsche Handel-Maatschappij is een van de eerste gebouwen in Nederland met een betonskelet.

Succesfactoren

"Het Stadsarchief van Claus en Kaan architecten laat zien dat de architectuur de monumenten wat te bieden heeft en andersom", Aarsen en Meurs, De Architect, 2007: 56.

"Bij de restauratie zijn veel technische problemen overwonnen om de glazen vloeren en trap te bouwen, het archief te voorzien van granaatbestendige wanden en de kluizen een nieuwe functie te geven", Crone, Bouwwereld, 2007: 47. De granaatbestendige wanden zijn opgebouwd uit een vier lagen dikke beplating van versterkt gipsvezelplaat op een houten stijl- en regelwerk waardoor een soort kogelwerendvest ontstaan is.

Valkuil

Door het boren van gaten voor de installaties is er wateroverlast ontstaan. In de vloeren is het moderne luchtbehandelingssysteem opgenomen. De lekkage van het koelwater heeft desastreuze gevolgen gehad voor de plafondschilderingen in de kelder.

Meer informatie