Naar de navigatie

Jedeloo Technische School

De voormalige Jedelooschool in Zaandam is nu een woongebouw. Architect Jeroen Hooyschuur werkte sinds 1999 aan het ontwerp van dit project, dat in 2010 is gerealiseerd. De bestaande kwaliteiten van de school waren richtinggevend. Typerende stijlkenmerken van de vroegere school geven de woningen een eigen karakter. Een nieuwbouwplan voor circa dertig koopwoningen, van woningcorporatie Parteon, heeft de verbouw van de school mogelijk gemaakt.

Opgave

De Jedeloo school van de Zaanse architect J. Schippers, is een pront gebouw in verlate Amsterdamse-Schoolstijl. Sinds eind jaren tachtig stond het leeg, zij het beschermd door anti-kraak. In 1999 besloot de gemeente Zaandam, eigenaar van het gebouw, om ernst te maken met de herbestemming. Zij nodigde zes ontwikkelaars een plan te maken dat transformatie van de school tot woongebouw mogelijk moest maken.

De gemeente stelde daarbij als eis dat 30% van de woningen in de sociale huursector moest worden gerealiseerd, naast 70% koopwoningen. Het was aan de ontwikkelaars om te bepalen waar de sociale woningbouw precies werd gesitueerd.

Aanpak

Woningcorporatie Parteon, tevens ontwikkelaar in combinatie met Heddes Vastgoed, won de opdracht. Zij toonde aan hoe met een nieuwbouwplan voor circa dertig koopwoningen de verbouw van de school tot circa dertig woningen mogelijk werd gemaakt. Voor de nieuwbouw werd samengewerkt met INBO architecten. Voor de verbouw van de school was de ervaren renovatiearchitect Jeroen Hooyschuur ingeschakeld. Alle sociale woningbouw – circa twintig woningen – werd in de vroegere school gesitueerd. De conciërgewoning maakte deel uit van het project en werd grondig opgeknapt, en als eengezinswoning te koop gezet.

De gemeente koos het plan van Parteon voornamelijk op financiële gronden. Dat was vooral te danken aan het ontwerp van Hooyschuur: hij nam in sterke mate de bestaande structuur van de school als uitgangspunt. Door goed gebruik te maken van de mogelijkheden van het hoofdgebouw is het uiteindelijke plan ontstaan. Belangrijk ook was het besluit om bestaande praktijklokalen niet te herbestemmen maar af te breken. Uit grondig onderzoek (zowel bouw- als markttechnisch) was namelijk gebleken dat herontwikkeling van deze praktijklokalen het hele plan onhaalbaar zouden maken.

In de wedstrijdfase werd niet samengewerkt met constructeur of aannemer. Hooyschuur kon hier, als ervaren renovatiearchitect, voldoende vertrouwen op eigen kennis en inzichten. De nadere uitwerking van het ontwerp gebeurde wel in nauw overleg met aannemer en constructeur.

Ontwerp

In de oude school zijn uiteindelijk 29 woningen gerealiseerd: 9 koopwoningen (rond het oostelijk gelegen hoofdtrappenhuis en bovenaan op de westhoek) en 20 sociale huurwoningen in de overige klaslokalen. De diversiteit van de woningen is groot, en elke woning kent authentieke elementen.

Hooyschuur vat zijn aanpak treffend samen: ‘Bij dit soort opgaven gaat het erom goed te kijken naar de bestaande structuur en die leidend te laten zijn voor het programma. Je moet kansen zoeken in wat er is. Al moet je dan natuurlijk wel door de vergane glorie heen kunnen kijken.’

De mooiste kansen vond hij rond de ontsluitingen en in de technische eigenschappen van de school. Zo kreeg de statige entree met hoofdtrappenhuis een ereplaats in het ontwerp. Vrijwel alle koopwoningen zijn hier rondom gesitueerd; het trappenhuis met elf meter hoge ramen is voor deze bewoners de gezamenlijke entree. In elke woning – huur én koop – zijn de drie meter hoge plafonds gehandhaafd, en alle woningen profiteren van de vanouds brede ramen. Belangrijk punt: de kap – voorheen een onbenutte ruimte – is eveneens tot woonruimte omgebouwd en maakt nu deel uit van de maisonnettes en de penthouses bovenaan.

De meeste woningen worden niet door de oude hoofdingang ontsloten. Zij zijn bereikbaar via twee nieuwe entreepartijen die aan de voorzijde – het Westeinde - zijn toegevoegd, in de vorm van portieken over meerdere etages. Ook is een vierde entreepartij in gebruik gebleven aan de achterzijde van de school: een bestaand trappenhuis dat is opgeknapt.

Deze nieuwe ingangen maakte het mogelijk om de vroegere schoolgang bij de woningen te trekken. Deze lag aan de achterkant van het gebouw, langs het schoolplein – tevens de zonzijde van het gebouw. Aan deze zuidzijde zijn nu tevens balkons gemaakt, waardoor bewoners hier beschikken over een eigen buitenruimte.

Aan de detaillering ligt een duidelijke filosofie ten grondslag. Hooyschuur: ‘Mooie oude details zijn in ere hersteld. Zo is de oude klok gerepareerd, die staat er nu weer in zijn oude glorie prachtig bij.’ Nieuwe onderdelen daarentegen zijn zo vormgegeven dat ze daar maximaal mee contrasteren. De glazen balkons zijn uitgesproken eigentijds en dat geldt ook voor de twee nieuwe portieken. Hun omlijstingen zijn van roestvrij staal, bij glazen deuren.

Financiering

Dat het project zo lange tijd geduurd heeft, had alles te maken met de oppositie van de buurt tegen de nieuwbouw op het achterterrein. Dit heeft de noodzakelijke wijziging van het bestemmingsplan sterk vertraagd en had ook financiële consequenties. Parteon moest concessies doen en kon minder nieuwbouwwoningen maken. En dat had weer gevolgen voor het renovatieonderdeel van het plan.

Al was ook de veranderende ‘markt’ reden voor vertraging. Het oorspronkelijk plan dateert uit 1999 – dus van voor de economische neergang. Toen de woningmarkt inzakte, moesten ook daarom de plannen worden bijgesteld. Het gerealiseerde plan telt ook in het verbouwgedeelte (dus de school), minder grote woningen en heeft een grotere diversiteit.

Leerpunten

Hooyschuur stelt met nadruk dat zijn rol in dit project ‘beperkt’ was tot die van ontwerper van de transformatie, het verzorgen van de vergunningen en de bouwkundige uitwerking. Zijn ontwerp is altijd goed ontvangen, zowel door opdrachtgevers, gemeente als door de buurt. Hij hoefde geen strijd te leveren, geen extra overtuigingskracht in te zetten. De vertraging van het project was lange tijd uitsluitend te wijten aan de weerstand van buurtbewoners tegen de bijbehorende nieuwbouw.

Dat kostte veel geld en tijd en hoewel de invloed daarvan op zijn ontwerp beperkt was, heeft Hooyschuur de lange duur van het project wel als nadelig ervaren. Bij alle betrokken partijen (Parteon, Heddes en de gemeente Zaandam) vonden persoonswisselingen plaats, zodat hij telkens met andere mensen moest samenwerken. Dat heeft veel extra energie gevraagd – die uiteindelijk niets heeft opgeleverd. De gemeente bleef beslissingsbevoegd en bepaalde uiteindelijk toch gewoon dat het geheel werd gerealiseerd. De meeste buurtbewoners zijn nog altijd tegen de nieuwbouw, die er nu wel komt.

En uiteindelijk gaf dit toch ook Hooyschuur pijn. Zo werd de glazen lift – door hem in het hoofdtrappenhuis gedacht – alsnog wegbezuinigd. Er is daar nu een standaard dichte lift. Ook werd op het laatst een streep gehaald door de door hem voorgestelde gemetselde erf-afscheidingen aan de pleinkant. Die zouden naadloos hebben gepast bij het oorspronkelijke gebouw maar zijn nu vervangen door houten privacy-schermen en groene hagen.

Meer informatie

Deze projectbeschrijving maakt deel uit van een analyse best practices van 10 herbestemmingsprojecten uitgevoerd door BNA Onderzoek met focus op de rol van de ontwerper.