Naar de navigatie

Stadhuis Rotterdam

Het Rotterdamse stadhuis is een van de weinige gebouwen die haast ongeschonden de Tweede Wereldoorlog doorkwam. Sinds 2006 is in het stadhuis een grondige restauratie gaande en wordt het gebouw gedeeltelijk herbestemd: de kelders en zolders waren in gebruik als opslag, maar nu zijn er vergaderruimten en een personeelsrestaurant gevestigd. Door deze interne herbestemming werd voorkomen dat het gebouw niet meer als stadhuis kon functioneren.

Opgave

Het stadhuis aan de Coolsingel naar ontwerp van Henri Evers kwam in 1920 tot stand in een rijke Beaux-Arts stijl. Kenmerkend is de traditionele paleisopbouw met een middenportaal, twee zijvleugels en een achterhuis die samen een binnenhof omsluiten. Evers streefde naar een 'Gesamtkunstwerk': een samenhangend geheel van architectuur en beeldende kunsten, meubilair, glas-in-lood, stuc- en natuursteenwerken, tapijten, schilderingen etc. Het rijksmonument heeft in de loop der tijd meerdere verbouwingen en kleinere ingrepen ondergaan, maar na jaren van intensief gebruik en achterstallig onderhoud was het stadhuis aan een grondige herontwikkeling toe.

Om het stadshuis weer optimaal te laten functioneren was er meer kantoorruimte nodig en bestaande kantoorruimte moest worden gemoderniseerd. Om te voldoen aan de huidige eisen, moest ook de toegankelijkheid worden verbeterd. Daarnaast wilde men het pand zoveel mogelijk terugbrengen in de originele staat. De eerdere verbouwingen hadden namelijk afbreuk gedaan aan het oorspronkelijke interieur en de status van het gebouw als belangrijk cultureel erfgoed.

Aanpak

Visiedocument en waardestelling
Een dynamisch bedrijf als de gemeente Rotterdam stelt telkens veranderende ruimtelijke eisen aan haar huisvesting. Het regende dan ook bouwplannen en wijzigingsvoorstellen bij het adviesorgaan van het college van B&W, de gemeentelijke welstands- en monumentencommissie. Om samenhang in die bouwactiviteiten af te dwingen, vroeg de commissie om een visie op het functioneren van het stadhuis op lange termijn. Op die manier zouden incidenten door opdrachtgever, ontwerpers en beoordelende commissies van een kader worden voorzien. Naar aanleiding van de vraag om een lift te plaatsen en de zolders in gebruik te nemen als werkruimten, werd het maken van zo'n visiedocument een acute opgave. Omdat de gemeente zowel eigenaar is als gebruiker, maar ook vergunningverlener in het kader van de Woningwet en Monumentenwet, werd een vorm van supervisie geïntroduceerd waarmee het College zich liet adviseren over de omgang met monumentale waarden.

Het Oversticht kreeg de opgave alle plannen te bundelen, er lijn in aan te brengen en als supervisor op te treden. Zij stelde samen met IAA Architecten en Ontwikkelingsbedrijf Rotterdam OBR (nu Stadsontwikkeling Rotterdam) het masterplan op. Er werd een systeem van procesbegeleiding afgesproken en door Het Oversticht is een waardestelling uitgevoerd, waarin per vertrek de transformatieruimte is bepaald. Voor de aanpak van het casco is vervolgens PutterPartners Architecten aangetrokken en toen duidelijk werd dat de transformatieopgave een essentiële interieurcomponent bevatte, is Merkx + Girod Architecten gevraagd voor het interieurontwerp. De architecten kregen de opdracht mee om met respect voor het monument een inspirerende en eigentijdse werkomgeving te creëren.

Nieuw ontwerp

Om de toegankelijkheid te verbeteren, zijn in het voorhuis liften aangebracht. Deze nieuwe toevoeging aan het oude stadhuis is benadrukt door de liftschacht te bekleden met staalplaat, waarin een decoratie is gelaserd. In de hal is een nieuwe ontvangstbalie gerealiseerd en de oude beveiligingsbalie is uit de monumentale hal verdwenen.

De zolders, die voorheen in gebruik waren als opslagruimte, zijn geïsoleerd en doen nu dienst als vergader- en lunchfaciliteit. Contrasterend met de oude stalen spantconstructie, zijn er nieuwe volumes geplaatst in de vorm van huisjes, waar de verschillende functies in onder zijn gebracht. Extra daglicht treedt binnen door het aanbrengen van een groot raam aan de binnenhofzijde van het gebouw. Verder zijn ook de twee torenkamers ingericht als vergaderruimten.

De bestaande kantoren op de verdiepingen zijn gerestaureerd om moderne werkplekken te creëren. Zo zijn de verlaagde plafonds verwijderd en er zijn traditionele radiatoren teruggeplaatst, zodat de statige sfeer weer terug is gekeerd. Om de interactie tussen medewerkers te stimuleren zijn waar mogelijk bestaande wanden opengebroken en vervangen door transparante puien. Op de brede gangen zijn met moderne meubels ontmoetingsplekken ingericht waar informeel overleg kan plaatsvinden. De trouwkamer en andere representatieve ruimten zijn zoveel mogelijk in de oorspronkelijke staat teruggebracht. Het contrast tussen oud en nieuw heeft Merkx + Girod dus duidelijk tot uitdrukking laten komen, zowel in vorm als in materiaal. Kleuren en meubilair zijn zorgvuldig afgestemd op het monument. Zo is het 'Gesamtkunstwerk' van Evers is in zijn waarde gelaten en met subtiele accenten aangevuld.

Succesfactoren

  • Door een nieuwe functie te geven aan enkele ruimten in het bestaande stadhuis, kon worden voorkomen dat het gebouw buiten gebruik zou raken en wellicht volledig herbestemd moest worden.
  • De restauratie en verbouw was voor de gemeente een uitgelezen kans om haar voorbeeldfunctie bij de omgang met cultureel erfgoed uit te dragen. Er is een zorgvuldig evenwicht bereikt tussen de belangen van het gebruik en die van de monumentenzorg. Het monument is als uitgangspunt genomen en vervolgens is vastgesteld welke ruimte er was voor transformaties.
  • De kritische toets van Het Oversticht over wat wel en niet was toegestaan te wijzigen aan het stadhuis, heeft in combinatie met de creatieve inbreng van Merkx + Girod en de vakkundige kennis van PutterPartners geleid tot een kwalitatief hoogwaardig ontwerp.
  • De hele operatie was een logistiek hoogstandje, want het stadhuis moest tijdens verbouwing gewoon in gebruik blijven. Er is daarom veelvuldig buiten de openingstijden gewerkt en geluidshinder is zoveel mogelijk beperkt.
  • Bijzonder aan dit project is dat hier de keuze tussen terugrestaureren of radicaal transformeren niet lijkt te zijn gemaakt. Zonder afbreuk te doen aan de oorspronkelijke staat, is op een eigentijdse manier voortgebouwd op het bestaande.

Verbeterpunten

  • De restauratie duurde betrekkelijk lang, waardoor het geduld van de gebruiker op de proef werd gesteld. In plaats van het stadhuis open te houden en de restauratie over een erg lange periode uit te spreiden, was het achteraf gezien wellicht beter geweest het stadhuis voor korte tijd te sluiten, zodat hard doorgewerkt kon worden.
  • Een tegenslag was dat gedurende de restauratie een aannemer failliet ging. Met het vinden van een nieuwe aannemer ging kostbare tijd verloren, al valt zoiets moeilijk te voorkomen.

Meer informatie

Contact