Naar de navigatie

Keuzes maken: selecteren en clusteren

Selecteren

Gezien de grote aantallen religieuze gebouwen die hun functie verliezen, zal hergebruik, nevengebruik of herbestemming niet altijd mogelijk zijn. De afgelopen jaren zijn diverse publicaties verschenen waarin die keuze bespreekbaar en hanteerbaar wordt gemaakt:

  • In de publicatie Geloof in de toekomst worden acht strategieën benoemd voor de omgang met gebouwd religieus erfgoed: van religieus hergebruik tot volledige sloop. Vervolgens wordt aangegeven welke strategieën passen bij kerken van vóór 1850, kerken met een bouwjaar tussen 1850 en 1940, wederopbouwkerken en bij kloosters.
  • In de publicatie Aanbevelingen herbestemming kerken en kerklocaties worden de gebouwen onderverdeeld in vier categorieën: van integraal religieus cultuurhistorische waarde, van esthetische waarde, van stedenbouwkundige waarde en van beperkte waarde. Per categorie wordt aangegeven waarop moet worden ingezet. Ook hier wordt religieus hergebruik gereserveerd voor de meest waardevolle kerken. Onderaan staan sloop/nieuwbouw en vernieuwende herbestemmingsarchitectuur.
  • Niet iedere kerk in Nederland is uitgebreid onderzocht en gewaardeerd: een belangrijke voorwaarde voor selectie. De publicatie Een toekomst voor kerken geeft wat dat betreft een kijkje in de keuken van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. In de brochure geeft de dienst inzage in de criteria die zij hanteert om de monumentale waarde van een kerk vast te stellen.

 

Clusteren

Vanwege de hoog oplopende emoties en grote financiële belangen gaat het bij het afstoten van religieuze gebouwen vaak om langdurige en complexe processen. Om die reden wordt er bij kerken steeds vaker voor gekozen om niet per gebouw, maar per cluster van kerken naar een oplossing te zoeken. Binnen een zogeheten ´kerkenplan´ of ´kerkenvisie´ wordt voor meerdere gebouwen tegelijk bepaald welke worden behouden en welke afgestoten. Steeds vaker ontwikkelen kerkbesturen en burgerlijke overheden een dergelijke visie in onderling overleg.

Voordeel van een gezamenlijke visie is dat belangen tijdig op elkaar kunnen worden afgestemd. De kerkeigenaar of eigenaren weten welke kerken voor de burgerlijke maatschappij de belangrijkste waarden vertegenwoordigen. De burgerlijke overheid kan tijdig verkennen op welke manier ze herbestemming en/of sloop mogelijk kan maken van de af te stoten kerken. Zo kan de overheid helpen bij het zoeken van nieuwe gebruikers en kunnen afspraken worden gemaakt over toegestane functies.

Een dergelijke samenwerking vanuit een gedeeld besef van urgentie was lange tijd niet gebruikelijk. Diverse publicaties laten zien dat dit perspectief aan populariteit wint:

  • Het manifest Aanbevelingen herbestemming kerken en kerklocaties richt zich daarom op de interactie tussen kerkelijke en burgerlijke overheden.
  • In de publicatie Handreiking religieus erfgoed voor burgerlijke en kerkelijke gemeenten staat onder meer een stappenplan voor een pro-actieve houding van de lokale overheid. In deze publicatie wordt expliciet aandacht besteed aan het gemeentelijk beleid en instrumentarium. Daarnaast wordt ingegaan op het creëren van draagvlak voor dit beleid bij het publiek, de politiek en de ambtelijke organisatie.
  • Meer informatie over het opstellen van een kerkenvisie is te vinden in de brochure Een toekomst voor kerken. Hierin staat een globaal stappenplan voor het opstellen van een kerkenvisie.
  • Onderweg van hemel naar aarde is het verslag van een expertmeeting over de clustergewijze aanpak van de sanering van het kerkenbestand.