Naar de navigatie

Kerkencluster Alkmaar - H. Pius X

In Alkmaar werd door de terugloop van het aantal kerkgangers een aantal kerkgebouwen overtollig. De afzonderlijke parochies in Alkmaar kregen het steeds moeilijker om nieuwe bestuursleden te vinden, een parochievergadering in stand te houden, hun werkgroepen op sterkte te houden en niet in teren op de financiële reserves. Aanleiding om voor de St. Laurentius, de Don Bosco, de H. Pius X en de H. Joseph een clusteraanpak te maken.

Aanpak

Voor de aanpak van de vier kerken in Alkmaar, de St. Laurentius, de Don Bosco, de H. Pius X en de H. Joseph, ontwikkelde het Bisdom Haarlem-Amsterdam een zogeheten clusteraanpak, waarbij voor alle kerken samen een oplossing wordt gezocht en niet voor ieder kerkgebouw apart. Binnen zo’n clusteraanpak wordt onderzocht in welke kerk of kerken de religieuze activiteiten zich gaan concentreren en welke kerken kunnen worden afgestoten. Bij de kerken die een religieuze functie behouden, kan worden gedacht aan een kerkzaal die ruimte biedt voor grote vieringen, aan kleinere ruimtes voor tal van parochiële activiteiten en/of aan liturgische steunpunten, zoals een wijkkapel. Bij de kerken die worden afgestoten en verkocht kan worden gedacht aan herbestemming voor een andere functie of aan sloop. Uitgangspunt is dat de betrokken parochies zowel in religieuze als financiële zin verder kunnen.

In Alkmaar ging het nog slechts om vier kerken, maar de clusteraanpak wordt tegenwoordig veelvuldig toegepast op het grotere schaalniveau van een regio waarin meerdere parochies samenwerken. Deze samenwerking houdt ook in dat de parochies hun gezamenlijke onroerend goed afstemmen op de behoefte en de financiële middelen. In de praktijk komt dit meestal neer op het afstoten van een of meer gebouwen. De standaard voor een regionaal cluster is tegenwoordig een eenheid van 14.000 à 16.000 personen, die staan ingeschreven bij de kerk (maar niet altijd ook echt ter kerke gaan). In die omvang heeft een cluster een solide basis, zodat zij de komende 10 à 15 jaar levensvatbaar kan blijven. In grote steden betekent dit, dat er zich binnen één bestuurlijke gemeente meerdere clusters bevinden. Bij kleine gemeentes gaan de clusters vaak over meerdere gemeentegrenzen heen. Door deze grote verschillen in omvang en aard van de clusters moet voor iedere regio apart bekeken worden wat de beste oplossing is voor de betrokken parochies en het vastgoed.

Nadat bekend is om welke kerken het precies gaat, verzamelt het Bisschoppelijk Adviesbureau Bouwzaken van alle parochies en hun gebouwen - monument of niet - een aantal gegevens. Daarbij gaat het om zaken als onderhoudsverwachting, bouwkundige staat, liturgische bruikbaarheid, het aantal kerkbezoekers, begrotingen van de laatste jaren etc. Daarvoor wordt nauw samengewerkt met Personeelszaken, Financiën, Kerkopbouw en het expertisecentrum KASKI. Voordat het bisdom met de definitieve gegevens aan de slag gaat, moeten de betreffende parochies ze goedkeuren. Met de resultaten van de inventarisatie heeft het bisdom inzicht in het toekomstperspectief van de betreffende kerken. Wanneer dit beeld niet rooskleurig is, worden alle bestuurders van de parochies bij elkaar geroepen en houdt het bisdom een presentatie over de bevindingen en schetst ze een totaalplaatje. Ze confronteert de parochies met de consequenties van de door hen goedgekeurde cijfers en zoekt consensus over de aard en omvang van de problemen.

Uit het inventariserend onderzoek in Alkmaar bleek dat:

  • de St. Laurentius slecht bereikbaar, decentraal gelegen, lastig te verbouwen en te groot was voor de eigen parochie. Daarnaast kampte de kerk met parkeerproblemen en beschikte zij niet over nevenruimtes.
  • de Pius X geen monument was, maar wel bijzondere beglazing bezat, slechts een beperkte religieuze uitstraling had, maar bouwtechnisch en typologisch zeer geschikt was voor transformatie tot een maatschappelijke zorgfunctie, zoals een hospice. Een dergelijke transformatie was financieel haalbaar binnen het vigerend bestemmingsplan.
  • de Don Bosco net als de Pius X geen monumentale status bezat, maar wel bijzondere beglazing, gelegen was in een stedelijk herstructureringsgebied, een beperkte religieuze uitstraling had, bouwkundig en typologisch ongeschikt was voor transformatie en kampte met ernstige bouwkundige problemen. Om die reden kwam de Don Bosco in beeld om door verkoop op basis van een nieuw bestemmingsplan opbrengsten te genereren voor de andere kerken in het cluster.
  • de vierde en laatste kerk, de H. Joseph, een gedateerde uitstraling bezat, een kerkbestuur had dat toekomstgericht handelde, een redelijke externe maar slechte interne bouwkundige staat had, een centrale ligging en veel parkeergelegenheid had.

Met deze resultaten in het achterhoofd bracht het bisdom een toekomstadvies uit. Dit eerste advies van het Bisdom Haarlem-Amsterdam wordt nooit van bovenaf opgelegd, maar er wordt wel een tijdspad aan verbonden. Dit tijdspad is gekoppeld aan de urgentie. Wanneer de situatie zo schrijnend is dat er over een paar jaar faillissement optreedt, is het tijdspad korter dan wanneer een parochie nog wel 30 jaar door kan gaan. Binnen dat tijdspad kunnen de parochies en andere belanghebbenden met de uitwerking van de plannen aan de slag of alternatieve voorstellen ontwikkelen. Deze mogelijkheid is ook in Alkmaar aangegrepen. Vanaf het eerste advies zijn specifieke personen binnen diverse organisaties in het proces gesprongen. Zij zijn essentieel geweest voor de behaalde resultaten. Bij de H. Joseph was de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed een belangrijke partner doordat ze meedacht in de plannen voor de herinrichting en modernisering van de kerk. Ook de gemeente Alkmaar was hierin partij. Daarnaast heeft de gemeente Alkmaar bij de bekendmaking van de sluiting van de Don Bosco zijn positie als eerste koper opgeëist, omdat de kerk midden in een stedelijk vernieuwingsgebied lag. Een gemeentelijke monumentale status werd hierbij omzeild. Bij de H. Pius X overtuigde pastoor Jan Bus de parochianen de kerk niet aan de hoogste bieder te verkopen, maar aan de Pius Stichting. Hierdoor kon deze kerk een maatschappelijke functie behouden.

Uiteindelijk werd de St. Laurentius de nieuwe regiokerk, behield ook de H. Joseph een religieuze functie inclusief een nieuw parochieel centrum, werd de Don Bosco gesloopt en werd de H. Pius X gedeeltelijk herbestemd tot hospice.

Ontwerp

Bij de herbestemming tot hospice is de Pius X intern verbouwd en gesplitst. Het linker gedeelte van het kerkgebouw en de uitbreiding aan de achterkant zijn als Hospice Alkmaar in gebruik genomen. De ruimtewerking in het interieur en dan met name het zicht op de indrukwekkende raampartij is hierbij grotendeels bewaard gebleven. Het rechter gedeelte, dat sinds de verbouwing met een muur van het hospice is afgescheiden, is als liturgisch steunpunt Pius X door de R.K. Parochie Alkmaar in gebruik. Bij dit rechter gedeelte hoort ook de behouden kerktoren met devotiekapel.

Bij de H. Josephkerk moest ruimte worden gecreëerd voor de activiteiten van het parochieel centrum. Er was behoefte aan meerdere kleinere ruimten voor bijeenkomsten, maar er moest ook voldoende ruimte overblijven voor kerkvieringen met 200 tot 250 mensen. Het Bisschoppelijk Adviesbureau Bouwzaken heeft daarom gekozen voor de inbouw van reversibele ruimten in de kerkzaal. Het voordeel van deze aanpak was dat er aan de buitenzijde van het gebouw nauwelijks aanpassingen nodig waren. Daarnaast werd de kerk gemoderniseerd door de vloerverwarming aan te vullen met radiatorverwarming. Ook zijn een drinkwater- en rioleringsinstallatie, verlichting, vluchtwegsignalering en een liftinstallatie geplaatst.

Financiering

Binnen de clustergewijze aanpak moet voor het totaal van de kerkgebouwen een financieel gezonde toekomst worden behaald. Verkoop van de ene kerk kan dus de redding betekenen voor de andere kerk(en), omdat middelen vrijkomen voor investeringen en de toekomstige exploitatie, waaronder onderhoud. Een sterke katalysator van het cluster in Alkmaar was de niet-monumentale Don Bosco. Deze kon tegen een marktconforme prijs worden verkocht. Daarnaast werd met de verkoop van de H. Pius X een acceptabele opbrengst behaald. Hier was de verkoopprijs gerelateerd aan de waarde van de grond als op deze locatie een nieuwbouw hospice zou zijn gerealiseerd (residuele  grondwaarde). De financiering van het gehele project werd tot slot gerealiseerd door de opbrengstprognose van de pastorie van de H. Joseph die op termijn kon worden verkocht.

Leerpunten

  • De herontwikkeling van een kerkencluster vereist een stabiele toekomstvisie voor alle betrokken kerken. Gezien de lange ontwikkelingstijd zijn veranderingen in visie een ernstige belemmering. Alle betrokkenen zouden zich moeten committeren aan de genomen besluiten.
  • Onderling vertrouwen van alle partijen is essentieel voor het welslagen van een geclusterde aanpak. Tot nu toe ontbreekt het hier vaak aan.
  • Een clustergewijze aanpak maakt het mogelijk om over het totaal van de gebouwen een beter resultaat te bereiken dan bij een separate aanpak. Vanuit de solidariteitsgedachte kan een financiële plus op het ene gebouw worden gebruikt om een negatieve uitkomst op het andere gebouw aan te vullen. Hierdoor kan een gezond financieel eindbeeld worden bereikt en kan vaak ook tegemoet worden gekomen aan wensen voor een maatschappelijk relevante herbestemming.

Extra informatie

  • Projectfoto's H. Pius X op de website van Architectuurstudio Sorrentina
  • Contact: Bisschoppelijk Adviesbureau Bouwzaken, Kruisweg 65, 2011 LB Haarlem, (023) 511 26 50