Naar de navigatie

Olympisch Stadion

Het Olympisch Stadion was er niet gekomen zonder inzamelactie van de bevolking. Deze actie moest 70 jaar later weer plaatsvinden. Het Stadion stond toen op de nominatie voor sloop. De inzet van Piet Kranenberg en vele publieke sportfans zorgden dat de Nederlandse bevolking het Stadion ging omarmen. Het stadion werd ook wel de 'de Pisbak van Roffel' genoemd, naar de vroegere directeur van het Stadion en ooit keeper van het Nederlandse elftal.

Opgave

Toen duidelijk werd dat Amsterdam in 1928 de Olympische Spelen mocht organiseren, kreeg Jan Wils de opdracht een nieuw stadion te bouwen voor 40.000 toeschouwers. Dat de Spelen op zondag gewoon door zouden gaan en dat er ook nog eens sportvrouwen aan mee zouden doen, ging de Nederlandse overheid te ver. De regering weigerde een subsidie en niet koningin Wilhelmina maar haar echtgenoot Prins Hendrik moest dan maar de opening verrichten. Een spontane inzamelactie onder de Nederlandse bevolking redde toen de Spelen en het stadion kwam er toch. Binnen een paar weken was de 1 miljoen gulden voor de bouw van het stadion bijeengebracht.

Bijna zeventig jaar later stond het stadion op de nominatie gesloopt te worden om 400 extra woningen op het terrein te bouwen (totaal moesten er 1200 woningen komen in het gehele Olympisch gebied). Vele plannen waren gemaakt en gesneuveld, met name op het financiële realiteitsgehalte. Opnieuw was een publieke inzamelingsactie nodig ('draag een steentje bij') om de ontbrekende 5 miljoen gulden bijeen te krijgen, en daarmee nu datzelfde Olympisch Stadion van de sloop te redden. Drijvende kracht achter het behoud van het Olympisch stadion was de in 2009 overleden Piet Kranenberg, ook wel Piet Graniet genoemd vanwege zijn vastberadenheid om zijn doelen te verwezenlijken. Kranenberg heeft André van Stigt bij het project betrokken.

Aanpak

Van Stigt heeft een manier van analyseren die te omschrijven is als 'function follows form'. Hij leest het gebouw als het ware, waarbij de kwaliteiten en kansen van het gebouw gekoppeld worden aan de functies die erin zouden passen. Deze manier van analyseren is belangrijk bij bestaande gebouwen en zeker als het monumenten betreft. Door deze manier van analyseren blijkt vanzelf welke functies zich voor de structuur lenen en welke niet. Het zoeken van de juiste gebruikers is daarmee ook deel geworden van het bouwproces maar ook van een succesvolle realisatie.

Het plan Olympisch Stadion plus 800 woningen moest tevens voor de gemeente Amsterdam evenveel opbrengen als een plan van 1200 woningen. Bovendien moest Monumentenzorg zich in de uitwerking en aanpassing kunnen vinden, de begroting moest realistisch zijn en een 'risicodragende marktpartij' moest afnemer zijn.
In het SFB (Sociaal Fonds Bouwnijverheid) werd de afnemer van de bedrijfsruimten gevonden. Tijdens de bouwtijd is er nog besloten het SFB als (mede)opdrachtgever de bouw van een parkeergarage van 850 plaatsen onder het binnengebied toe te staan.

Ontwerp

Het monument uit 1928, onderdeel van de 'Amsterdamse School', wordt aan de stad teruggegeven: de betonnen ring gesloopt, de poorten weer opengemaakt met een vrije groene oever, de voordeuren van de bedrijfsunits weer aan de straat en het stadion als afronding van het plan Zuid van Berlage.

Het functionalistische monument van J. Wils voldoet aan de eisen van deze tijd. Het project stond en staat natuurlijk permanent in de aandacht, ook op milieugebied: het gebouw voldoet als geheel aan de nieuwbouweisen, het heeft een EPN van 0,93. Het is voorzien van een warmtekrachtcentrale in het 'oude scorebord' (voor het Stadion en de 800 woningen), vloerverwarming in alle eenheden, speciaal glas in de gevel, hoog frequent armaturen, waterbesparende maatregelen en hoogwaardige binnenisolatie. Uiteraard zijn er plaatsen waar de monumenteisen boven het milieu gaan maar een evenwichtige mix is gecreëerd. Uiteindelijk is een 'Stadion' ontstaan dat als publiek domein teruggegeven is aan de stad. Een uniek monument door een unieke combinatie van opdrachtgevers.

Van Stigt is er in geslaagd een plan te maken voor zowel het bouwkundig-architectonische als het financiële deel. Het resultaat is een atletiekstadion met een A-accommodatie en ongeveer 40 bedrijfsunits in 12.000 m² die de exploitatielasten en onderhoudsgarantie opbrengen.

The Olympic Experience, museum

Het Olympisch Museum is de logische stap vanuit de ambitie het Stadion weer meer een publiek sporthart te maken. De start in 1998 is steeds vanuit de financiële beperking geweest. De marathonpoort bleek de meest logische plaats voor de start en entree van The Olympic Experience. Een bescheiden verbouwing van de ruimtes van de stichting naar een fundamentele wijziging in uitstraling en mogelijkheden van het dagelijks gebruik van het Stadion voor publiek. The Olympic Experience is een groeiplan. Het gaat niet alleen om het exposeren van de geschiedenis maar ook om actief sporten tegen de (virtuele) sterren in de ambiance van het Olympisch Stadion.

Financiering

De uiteindelijke kosten in guldens voor de renovatie van het Stadion bedroegen ƒ 23.300.000 en voor de parkeergarage ƒ 24.000.000. Er was zelfs ƒ 5.000.000 te weinig om het project te realiseren. Dit bedrag is door middel van een slimme publiekscampagne 'draag een steentje bij voor het Olympisch stadion' bij elkaar.
Uiteindelijk blijkt de renovatie van het Olympisch Stadion een enorme meerwaarde te zijn voor de gehele gebiedsontwikkeling van het Olympisch kwartier. De waarde van de koopwoningen is toegenomen door de aanpak van het Stadion.

Leerpunten

De hoop is dat vooral politici en andere beslissers er iets van geleerd hebben. Een Olympisch Stadion slopen had nooit gemogen en is gelukkig ook niet gebeurd. Integendeel, het gebied is weer levendig en in waarde voor de stad gestegen.

Meer informatie