Naar de navigatie

TETEM portiersloge annex trafogebouw, Enschede

Roombeek staat bekend als de plek waar in 2000 de vuurwerkramp plaatsvond. Honderd jaar eerder was het nog de nieuwe vestigingsplaats van de Twentse textielindustrie. Een van de overblijfselen daarvan is de voormalige portiersloge annex trafo- en badruimte van de Twentsche Textiel Maatschappij. Sinds november 2009 heeft dit pand een nieuwe bestemming. Het vervallen pand is gerenoveerd en de binnenruimte is opnieuw ingericht.

De opgave

Al voor de vuurwerkramp plaatsvond, had de gemeente Enschede plannen om Roombeek op te knappen. Enkele fabrieksgebouwen zouden herbestemd worden, maar de vervallen panden van dekenfabriek TETEM zouden plaats moeten maken voor nieuwe woningbouw. Door de vuurwerkramp veranderde echter de situatie; de grote verwoesting bracht extra waardering voor de bespaard gebleven bebouwing met zich mee. In het masterplan dat Pi de Bruijn in 2000 voor de wederopbouw van Roombeek opstelde, speelde het behoud van het resterende industriële erfgoed een veel belangrijkere rol dan in het oorspronkelijke plan. Op basis van een ontwikkelingsovereenkomst in 2006 kreeg de gemeente diverse delen van de TETEM-fabriek, waaronder de portiersloge, in handen.

In 2009 verkocht de gemeente de oude portiersloge van TETEM aan een bedrijf dat er een kantoor, keuken en presentatieruimte in wilde vestigen. De bedrijfsfunctie was een van de voorwaarden die door Projectbureau Roombeek werden gesteld. Een andere voorwaarde was het behoud van het karaktervolle gebouw. Bij de eigendomsoverdracht was de portiersloge een bouwval en sterk aangetast. De eigenaar had echter niet de insteek het gebouw te willen veranderen, puur het bruikbaar maken stond voorop en daarbij zo veel mogelijk van het bestaande behouden.

De aanpak

De portiersloge is met het expressieve betonskelet een representant van de betonnen fase van de utiliteitsbouw van het architectenbureau John Beltman uit Enschede, dat vrijwel als hofleverancier van de Twentse textielnijverheid optrad. Bovendien is de gaafheid van het ensemble dat de portiersloge samen met de twee bijbehorende fabrieken TETEM I en TETEM II vormt, representatief voor de rijke textielhistorie van Enschede.

Gestreefd is dan ook het exterieur van het bakstenen gebouw met betonnen casco zoveel mogelijk in oude glorie te herstellen. Om meer daglicht binnen te krijgen, is in bestaande openingen glas geplaatst, een ingreep waarmee de aantasting van het monument minimaal is. De binnenruimte is opnieuw ingericht en een aantal binnenwanden zijn gesloopt om goed bruikbare ruimten te creëren. Bij de doorbraken zijn de penanten gehandhaafd, zodat de oorspronkelijke ruimten afleesbaar zijn gebleven. Deze robuuste interieurafwerking sluit aan bij het industriële karakter van het gebouw. Overblijfselen van de voormalige functie zijn in het zicht gelaten en nieuwe installaties voegen zich naar de bestaande structuur.

Investering

De totale stichtingskosten, inclusief inrichtingskosten van het 200 vierkante meter tellende pand bedroegen, 380.000 euro.

Financiering

Het herbestemmingsproject is deels gefinancierd door een aanspraak op het eigen vermogen en daarnaast heeft de eigenaar een hypotheek afgesloten die in twintig jaar wordt afgelost.

Subsidie

De provincie Overijssel droeg in het kader van het stimuleringsprogramma 'Re-animatie Industrieel en Agrarisch Erfgoed Overijssel' 11.000 euro bij aan subsidie voor de planvorming. Het Oversticht trad daarbij op als inhoudelijk adviseur van de provincie.
Ter stimulering van de uitbreiding van bedrijvigheid in Roombeek leverde het projectbureau Roombeek in het kader van de arbeidsplaatsenregeling een bijdrage van vierduizend euro per medewerker die in het Foodatelier aan de slag kon. Gemeente Enschede stelde bovendien nog vijfduizend euro ter beschikking voor de restauratie van het gebouw.

Succesfactoren

  • Het vinden van een perfecte koper is een grote succesfactor geweest. De nieuwe eigenaar, een zeer betrokken ondernemer, heeft veel energie gelegd in het opknappen van het pand. Hij heeft zich met enthousiasme ingezet om de verbouwing voor elkaar te krijgen. 
  • De verkoopprijs was aangepast aan de slechte staat waarin de portiersloge verkeerde. De gemeente besefte dat er behoorlijke investeringen nodig waren om het pand een nieuwe bestemming te geven. Door hier rekening mee te houden, werd herbestemming aantrekkelijk en mogelijk.
  • In eerste instantie werd de portiersloge gekocht onder de naam Infodish. Bij het betrekken van de nieuwe locatie werd echter de naam van het bedrijf veranderd in Foodatelier. De combinatie van de verhuizing en de naamswijziging heeft heel positief uitgepakt. Het anonieme kantoor is verruild voor een zichtbare, aantrekkelijke locatie in Roombeek, waar klanten kunnen zien en ervaren wat het Foodatelier doet. Deze nieuwe opzet en omgeving hebben niet alleen veel goede reacties, maar ook nieuwe klanten en meer omzet opgeleverd.

Verbeterpunten

  • Uit verschillende overwegingen is besloten de muren en het dak ongeïsoleerd te houden, met als gevolg dat het energieverbruik nu relatief hoog is. Achteraf gezien zou het beter zijn geweest meer tijd te nemen voor het scherp analyseren van de mogelijkheden voor isolatie.
  • Het laten restaureren van de originele stalen kozijnen en het plaatsen van isolerend monumentenglas, heeft bijgedragen aan het behoud van het karakteristieke gevelbeeld. Toch is de vraag in hoeverre je vast moet houden aan het bestaande, soms moeten er ook concessies gedaan (kunnen) worden. Nieuwe aluminium kozijnen zouden ook een goede vervanging zijn geweest, waarmee het uiterlijk weinig zou zijn aangetast en veel moeite, tijd en kosten bespaard zouden zijn.


Meer informatie

Contactpersonen